

‘Als kind was ik alleen maar aan het spelen. Ik was best een beetje ontdeugend en had zelfs een tafeltje in de gang waar ik dan aan moest gaan zitten. Het kerstdiner vond ik superleuk. Dan kleedde iedereen zich netjes aan, zaten we aan lange rijen tafels en aten we met z’n allen terwijl we naar voorstellingen keken. Ik deed zelf ook vaak mee. Met muziek was ik toen nog niet zo bezig. Ik speelde wel piano, maar die hadden we niet op school. Het waren vooral toneelstukjes.
Sporten vond ik het allerleukst. Gym en zwemmen. Buiten op het pleintje waren we vaak aan het voetballen. Knikkeren vond ik ook fantastisch. Ik kwam daardoor elke keer te laat thuis. Dat leidde er uiteindelijk toe dat mijn moeder al mijn knikkers een keer heeft weggegooid. Ik heb ze toen weer uit de vuilnisbak gevist, maar dat heeft ze nooit geweten. Mijn school bevond zich in Son en Breugel. Ik kon er op de fiets naartoe, alles lag dicht bij elkaar. Het was een heerlijke, onbezorgde tijd.
Na de basisschool ging ik naar het Lorens Lyceum in Eindhoven. Dat was 13 kilometer op de fiets. Ik begon op het vwo maar ben afgezakt naar de havo. Ik was ook hier namelijk vooral bezig met sporten, muziek maken en grappen en grollen uithalen. Het was echt altijd lachen, gieren, brullen. In die tijd was ik al wat serieuzer met muziek bezig. In de tweede klas ging ik bij de schoolband. Dat vond ik hartstikke stoer als klein ventje tussen de grote jongens. Ik speelde toen de conga’s.
Later zat ik in de leerlingenraad, organiseerde ik feesten en deed ik altijd mee met de Sinterklaas- en kerstvieringen op school. Ik begon toen ook met zingen, kreeg een eigen bandje. Eigenlijk was ik met alles bezig behalve school. Tijdens mijn examenuitreiking zei een leraar: “Xander was een fantastische, energieke, altijd goed luisterende leerling. Buiten het klaslokaal.” ‘